
|
De onteigeningswetgeving stuurt ook aan op een minnelijke regeling. Dit wordt ook wel “minnelijk onteigenen” genoemd. In een onteigening kunnen allerhande onroerende zaken (en rechten) worden betrokken. Voor een onteigening door de overheid moet er de noodzaak bestaan voor een algemeen belang. Deskundige hulp is gewenst om daarover een oordeel te vellen. Een onteigening mondt uit in een schadeloosstelling.De eigenaar, pachter, huurder of anderszins zakelijk gerechtigden maken aanspraak op een schadeloosstelling. Volgens de onteigenings jurisprudentie moet de onteigende na de onteigening minimaal in dezelfde vermogens- en inkomenspositie zijn als die waarin hij voor de onteigening verkeerde. Naast de waarde van de onroerende zaak komen onder meer voor vergoeding in aanmerking aankoopkosten vervangend object, verhuiskosten, herinrichtings- kosten, tuinaanleg, financieringskosten etc. De onteigende partij kan ook inkomensschade lijden wanneer hij of zij een gedeelte van het aan het bedrijf toe te rekenen grondareaal verliest of in het geval de huisvestingskosten van het nieuwe bedrijf veel hoger uitvallen. Al deze mogelijke schadecomponenten worden in één bedrag afgekocht. N.B. In beginsel komen in geval van onteigening de kosten van deskundige hulp voor vergoeding in aanmerking! Het is voor de onteigende echter van het allergrootste belang dat hij deskundig wordt geadviseerd en dat hij zich gesteund weet door iemand die het klappen van de zweep kent!
|

